PersonaliaUK

Die eeuwige zoektocht naar de essentie

 

Kunsthistorisch gezien, past het werk van Jeroen Buitenman in de traditie van de postimpressionisten: hij schildert waarvan hij houdt, op de manier die hem goeddunkt. Trouw aan zichzelf, hoeveel hij nog wil en moet ontdekken, als kunstenaar maar ook als mens op zoek naar zijn eigen werkelijkheid. Je eigen relatie met de kunst aangaan; zelf weer op zoek gaan - het kan en mag - beter nog: het moet zelfs - allemaal weer sinds de strijd tussen de -ismen in de beeldende kunst is gaan liggen.

 

Realisme? Voor Buitenman absoluut geen misprijzende, negatief geladen term. Maar nog beter voelt hij zich thuis in het surrealisme. Vanwege het plezier, de energie, de voorstelling die mensen begrijpen, of beter: waarvoor zij de moeite nemen die in eerste, tweede of derde instantie te ontdekken. Voor hem in elk geval waardevoller en bevredigender dan wat hij misprijzend moeilijk toegankelijke, elitaire academiekunst of 'Stedelijk Mueum-kunst' noemt. Eénkennigheid kent hij evenwel niet, als bewonderaar ook van Jackson Pollock, het boegbeeld van het Amerikaanse abstract-expressionisme. Maar verder: je hebt slechte, middelmatige en goede kunst. En Pollock is gewoon goed. En de goeden komen als vanzelf wel naar voren. Of terug. Denk aan een andere held van Buitenman: sir Lawrence Alma Tadema, wiens werk decennialang werd veronachtzaamd, maar die glorieus terugkeerde op internationale kunstveilingen en -beurzen.

 

Hoeveel Buitenman ook nog wil en van zichzelf moet lezen; met zijn gevoel voor en kennis van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis is niets mis meer. Kritiek, als zou zijn werk politiek of historisch relevanter kunnen, wijst hij resoluut af. Het gaat hem erom welke kunst hem boeit en aanspreekt, en waarmee hij enthousiasme en betrokkenheid kan losmaken bij zijn toeschouwers. En voor de echte diehards heeft hij wel een uitspraak van Matthijs Röling paraat. "Wie zich bezighoudt met Auschwitz, moet niet aan beeldende kunst doen. Fotografie en film tonen die gruwel veel overtuigender."

 

Maar veel liever praat Buitenman over zijn zoektochten, zijn ontdekkingen, zijn gedachten, zijn strijd met de weerbarstige materie. Wanneer is een schilderij geslaagd? Wanneer is hij tevreden? Zat de euforie al in de (computer)schets vooraf, of komt deze als het schilderij is voltooid? Wat ging er fout? Waarom zag hij een schilderij in aanleg niet zitten, was hij ten einde raad om er uiteindelijk toch mooie dingen in te ontdekken? En het exposeren en te verkopen?

 

Gespreksflarden (1)

 

- "Een schilderij is eigenlijk nooit af, kan altijd beter, frustrerend.

- Verf moet mooi droog zijn; is pas na een jaar egaal. Dan een vernis.

Sommige schilderijen geven ik ook geen slotvernis. Dat mag ook na twintig jaar.

- In het begin was ik te snel. Was de onderlaag niet, maar de bovenlaag wel droog. Met craquelures als gevolg. Maar door schade en schande wordt je wijzer. Maar ja, vroeger bewerkte ik rolluiken voor met een olielaag, dan de spuitbus erop en een snel vervliegend oplosmiddel.

- Met wit moet ik oppassen, behalve als het heel dik is opgebracht. Maar ik kan het ook als effect gebruiken: expres een vette laag, dan een magere, dan afkrabben."

 

Onderzoek vormt een hoofdbestanddeel in zijn dagelijkse werk. Stel: Buitenman wil op een dag met blauwen werkenKijken en zien hoe die kleuren verschillen en op elkaar inwerken. Op zoek ook naar kleuren die nog niet bestaan, die - laag over laag - nog niet als éen kleur zijn benoemd.

 

"Wat gebeurt er als je dik begint en transparant eindigt? Je moet maar afwachten wat het effect is. En of het mooi is. Natuurlijk zijn er wetmatigheden. Elke kleur geeft trillingen terug. Maar nogmaals, dat moet je proefondervindelijk uitzoeken. Dat moet je leren, net als spruitjes eten. Soms kleuren kleuren heftig. Turkoois, bijvoorbeeld. Kijk maar bij de Inca's. Hier in Portugal bestudeer ik planten, roze met groen gekleurd. Ik experimenteer met die kleuren, wil zien en weten waarom het echt mooi is. Of niet. Natuurlijk: ik kijk ook naar het werk van andere schilders. Naar Matthijs Röling; naar de Italiaanse schilderkunst met zijn okers en siena, naar After Nature. En alles wat je ontdekt, moet je eigenlijk opschrijven, nog beter: leren opschrijven. Zoals Van Gogh deed. Dat wil ik allemaal nog van hem gaan lezen. Het lijkt me net het leren van een andere taal. Natuurlijk ken ik ook het boek van Itten. Maar ik ben er ook achtergekomen dat je op een gegeven moment een pure grondstof als indigo nodig hebt. Dat is synthetisch nog niet zo goed na te maken. Ik heb ook veel geleerd van Jeroen van de Schilderwinkel Hoopman in Amsterdam. Die dacht altijd mee. Zag me eens met een vijzel en pigmenten. Niet doen, hoe leuk het er ook uitziet voor je klanten, hoorde ik van hem. Maar het materiaal is zo verbeterd."

 

Gespreksflarden (2)

 

- "Kijk eens naar die twee gelen. Gaan ze elk een andere kant op? Gaan ze alle kanten op? Je moet mazzel hebben. Dan wordt het bijna geil.

- Portugal nodigt me uit tot licht werk. Maar die neiging had ik al, hoe vaak ik ook 's nachts heb gewerkt. Alleen moet je 's nachts geen huiskleur willen schilderen; sommige gelen vallen weg als er een ander geel op schijnt.

- Ik kijk ook naar het werk van Indianen, met hun neiging felle kleuren over elkaar heen te schilderen. Dat moet je bijna leren eten. Het is net als met tropische vissen, papegaaien en vlinders. Wat zij met hun kleuren uitstralen: wij zijn giftig, gevaarlijk: niet opeten dus."

- Zo ook kreeg Gaugain op Tahiti een nieuw palet toegeschoven. Ongelofelijk. Een droom ook. Wij zaten hier nog maar al te vaak met een bruin hertje tegen een groene achtergrond."

 

De rol van de computer in zijn werk? Voor Buitenman is het niets meer of minder dan een alternatief schetsboek. Misschien helpt het hem composities te bepalen, het moeilijkste deel tenslotte van het schilderen. "Ik werk veel met foto's, die ik vaak zelf heb geschoten, op de computer. Altijd zwart-wit, nooit in kleur. Ga ze daar manipuleren. Net als in het 'echt', is het een zaak van heel veel geduld. Leuk is het de computer te misleiden. Natuurlijk heeft de computer ook zijn beperkingen, en anders de printer wel: altijd een beetje vies, altijd wel een beetje cyaan dat je er niet uitkrijgt."

 

Hoe Jeroen Buitenman zijn toekomst als kunstenaar ziet? Hij gaat eens beeldhouwen, zeker. Op school en van vader al wat geleerd. Eerst met klei, gasbeton en mergel, met wat hij noemt lekker werkende materialen. Maar ook beelden uit harde stenen. "Maar daar moet je buitenruimte voor hebben. En die heb ik niet in Amsterdam. Ik hoor het gebrom van mijn buren al, als ik aan de gang ga met een powervijl. Maar ik heb toch maar vast al het gereedschap gekocht. En soms sta ik hier in Portugal verlekkerd te kijken naar de blokken marmer die hier langs de weg liggen. En  natuurlijk kijk ik al langer naar de beelden van Rodin. En die van Armando, vooral zijn monumentale werk."

 

Zelf jurken ontwerpen, lijkt hem ook wel wat. "Met mooie kleuren, mooie stoffen zoals kant. Misschien samen met een echte mode-ontwerper."

 

Maar nog belangrijker: zijn eigen ontwikkeling als mens. Zelfvertrouwen. Nog meer willen onderzoeken en experimenteren. Nog beter communiceren, elkaar verhalen vertellen die boeien en verhelderen. Om ook als kunstenaar uitdrukking te kunnen geven aan menselijke gevoelens als het vinden en verliezen van een geliefde.

 

Gespreksflarden (3)

 

- "Lijkt me ook wel mooi: je eigen huis ontwerpen en bouwen.

- Of affiches ontwerpen.

- Gelukkig heb ik niets voorgeschoteld gekregen. Leerlingen werken te vaak net als hun docent. Hoeft op zich niet slecht te zijn, maar ik vind het zonde.

- Ik wil ontdekken, experimenteren. En ik kan dat doen in maximale vrijheid.

- Ik ben dankbaar dat ik met veel motivatie ben geboren.

- Wat was ik trots toen mijn werk voor het eerst in de Spiegelstraat werd getoond. Plus de mooie recensies, zoals in Het Parool. En dan zo'n kop in de krant: Dutch Realists in NY: Jeroen Buitenman and Rob Scholte. Ik als eerstgenoemde!"

 

Buitenman Helden

 

(Anti)helden

Achteloos, bijna terloops, vallen de namen van ikonen uit de beeldende kunst in de gesprekken. Maar Jeroen zou geen Buitenman zijn, als hij niet met verrassende uitspraken zou komen. Een selectie.

 

Rembrandt

"Ik hou niet van zijn handschrift. Alleen zijn etsen, die vind ik wel bijzonder. Je ziet en herkent zijn snelle manier van werken, iets duidelijk maken. Prachtig, die handen."

 

Caravaggio

"Ik bewonder zijn kleurcontrasten. Vooral hoe hij Pruisisch Blauw en oker gebruikt. Dat deed Rubens overigens ook. Al die heldere, bijna primaire kleuren. Fascinerend hoe hij met herhalingen, bijvoorbeeld met twee gezichten naast elkaar, zijn werk dynamiek geeft."

 

Jeff Koons

"Stilistisch heel sterk, vooral in zijn beeldhouwwerk. Tussen kunst en commercie. Daar is hij niet vies van, net zo min als van seks en vrouwen. Ik ook niet. Bij hem vergeleken vind ik Andy Warhol maar een praatjesmaker met gemakkelijke trucjes."

 

Damien Hirst

"Gedurfde humor. Niet mijn lijn, geen schilderkunst. Maar wel een leuke surrealist."

 

Gustave Klimt

"Wat kon die man goed realistisch schilderen, ook qua gevoel en kleurgebruik. En als je dan ziet hoe hij later in zijn leven gaat abstraheren, en echt de kunst beheerst van het pakken van de essentie. Ik heb wel wat met Jugendstil; heeft veel met gevoel te maken. Kijk eens naar een hond van Klimt. Hij kent de autonomie van het beest. Maar hij vergroot en verkleint lichaamsdelen op zo'n manier dat hij bij kijkers nieuwe emoties weet los te maken. Herkenbaar voor mij: Klimt werd in zijn tijd een beetje ordinair gevonden; te veel commercie, te weinig kunst. Maar die kritiek hoor je nauwelijks meer."

 

Ans Markus

"Kom ik in 1991 op het Prinseneiland wonen; en wie wordt mijn buurvrouw? Ans Markus. 'n Paar jaar later, tijdens de Kunstroute, komt ze mijn atelier op. Zegt ze: 'je moet me niet zo na-apen.' Ik keek tegen haar op, en vond die uitspraak het mooiste compliment dat ik ooit had gekregen. 't Is goed gekomen. Later kreeg ik ook adviezen van haar."

 

Herman Brood

"Absoluut nog ondergewaardeerd. Voor mij een held en een anti-held tegelijk. Heel dynamisch. Mede door hem kwam ik terug bij moderne kunst, maar minder elitair, iets minder figuratief, iets abstracter zonder onbegrijpelijk te worden. Ik vind zijn werk heel goed, ook al maakte hij ook gewoon slechte schilderijen.

 

Reizen

 

Van de Kalverstraat naar Djedda - en terug

 

Citaat reizen Spectrum encyclopedie

 

In 1992 stond Jeroen Buitenman een bouwschutting te beschilderen van een parfumeriezaak van Douglas aan de Amsterdamse Kalverstraat. Had hij vaker gedaan. Met plezier. En met veel waardering. Komt er een Marokkaanse Nederlander langs. Die kijkt, en kijkt nog eens. En vraagt of Jeroen tijd en zin heeft te komen werken aan zijn project, een zwemparadijs annex bar en discotheek aan de Marokkaanse Riviera. Jeroen, net achttien, was er al eens met zijn vader geweest. En hij hapt toe.

 

Alles mocht en moest hij bedenken: de voorstellingen, de kleuren. En dat in een tijd dat hijzelf, immers zonder formele kunstopleiding, al zo veel moest ontdekken en leren. Het enige waarover hij zich geen zorgen hoefde te maken, was de uitvoering. (van het normaale schilderwerk). Daarvoor stonden achttien Marokkanen klaar.

 

Bij aankomst zag Buitenman om te beginnen een lelijke betonnen voorgevel. Daar schilderde hij zuilen op, bedrieglijk echt, ofwel trompe-l'oeil. Dat ging goed, net als de rest. Een maand later kwam de financier van het project, een sjeik uit Saoedi-Arabie, langs. Die had nog een project, een jachthaven met cafés, restaurants, een amfitheater. Of Jeroen ook daar walvissen, dolfijnen, etc. kwam schilderen. En weer zei hij ja.

Jeroen: "Ik denk dat ik er wel jaren had kunnen doorbrengen."

Maar na een half jaar nam de sjeik hem mee naar zijn huis in Jeddah?, beter: naar het huis van zijn vrouw. Niet alleen waren er veel bediendes in het huis, maar ook muren van vier maal 25 meter die beschilderd moesten worden. Jeroen koos voor eigen interpretaties van Victoriaans schilderijen, met tuinen vol op banken liggende vrouwen. Ook schilderde hij nog een Egyptisch tafereel, in een combinatie van acryl en pastelkrijt, compleet met naakte vrouwen.

Jeroen: "Nee, niet slim. Maar toen ik tien jaar later terugkwam, was al mijn werk gelukkig onaangeroerd en onaangetast, inclusief de blote vrouwen."

Ook hier kon Buitenman blijven. Als hij ook de vrouw van de sjeik wilde leren schilderen. Nee, dus.

 

Zijn opdrachtgevers lieten hem echter niet los. En weer - in 1996 - trok Buitenman naar Marokko, voor het uitvoeren van nieuwe opdrachten. Zoals het herontwerpen - interieur, wandschilderingen - van een discotheek in Casablanca. In de verte lonkte ook opdrachten voor koningen en prinsen aan het werk te gaan, maar dat ging niet door. Weer ontmoette hij de sjeik uit Jeddah?. Vele deuren gingen open.

Jeroen: "Toen ben ik samen met Ruben Lodeizen, met wie ik op de Vrije School zat en met wie samen heel wat muren en schuttingen in Amsterdam heb bespoten, van die Tadema-achtige schilderingen gaan maken."

Pardon, Tadema? Laurens, ofwel later Sir Lawrence Alma Tadema (1836-1912)?

Ja, die.

Het lijkt vergezocht om te kijken naar deze Nederlands-Engelse kunstschilder met zijn classicistische werk, met zijn voorkeuren voor geïdealiseerde scènes uit de klassieke oudheid en het Frankrijk van de Middeleeuwen. Met zijn thema's heeft Buitenman ook niet veel. Maar wel met specifieke kenmerken van het werk van Alma Tadema: de detaillering en de gladde afwerking. Plus de realistische stofuitdrukking. Het zijn elementen waarmee Jeroen Buitenman nog steeds uit de voeten kan, alleen al kijkend naar zijn serie Fashion Victims.

 

Ook Syrië stond toen op het programma., voor een vergelijkbaar project. Dat ging niet door, omdat de betrokken prins omkwam bij een auto-ongeluk. Brazilië volgde in 2003, van boven naar beneden.

Zijn droom: een atelier in de jungle. "Je ziet daar zulke mooie kleuren, bloemen, vlinders, aapjes. Erg motiverend. Al die kleuren groen, zo veel kleuren blauw. Ik ga beslist terug, ondanks praktische bezwaren als hoe je je schilderijen transporteert. Maar eerst de taal leren, vandaar ook mijn verblijf in Portugal. En voor het eerst kan ik in het buitenland vrij werken. Geen opdrachten meer. Mijn werk wordt in Nederland goed verkocht."

 

Hoe zijn reizen zijn werk beïnvloed? Zijn schilderijen laten het zien. Nieuw ontdekte paletten vanuit Brazilië.  Moorse invloeden, op zijn tegels en mozaïeken. Delfts Blauw wordt Portugees Blauw, met nieuwe motieven. En dan de jurken; overal waar hij kwam en komt, schetst of fotografeert hij ze. Van de gesluierde vrouwen in Marokko ("dat heeft echt iets sensueels") via de jurken, beter: gewaden ("ik heb er ook een paar gekocht") die tijdens processies in Spaanse steden als Sevilla en Granada worden gedragen tot de soms spectaculaire jurken waarin de Argentijnse tango wordt gedanst. "Al in het begin van mijn schildersbestaan, op het Prinseneiland, werkte ik bij muziek van Astor Piazzolla. Die passie, die wil je ook in je werk hebben." Later, in, Amsterdam, krijgt hij de twee favoriete tangojurken van Loes te leen. Kan Jeroen er misschien iets mee? Zijn ogen glinsteren.

 

Suriname lonkt nog. Sinds begin dit jaar heeft hij via internet contact met familieleden. "Het is het land van mijn vader, die er zelf nooit is geweest. Vanwege de haat-liefdeverhouding met zijn vader, in een tijd dat kinderen nog met een riem werden geslagen. Mijn grootvader was al overleden toen ik werd geboren. Lijkt me wel apart, nieuwe familieleden te ontdekken. Maar waar ik zeker naar uitkijk, zijn exposities van mijn werk. In Londen en New York, maar vooral in Parijs en Berlijn."


Vader Robb / Hoe het (niet) moet

 

Beroemd fotograaf, vertegenwoordigd in tal van belangrijke collecties, met assistenten zoals Maurice Boyer die het ver gingen schoppen. Geïnterviewd door alle belangrijke fototijdschriften. Zwart-wit Polaroid-foto's; pure kunstfotografie. Een Surinamer in Amsterdam: vader Robb Alexander Casimir Buitenman. Een potentaat ook, herinnert Jeroen zich. Er was (veel) strijd, maar afscheid en herinnering zijn goed gebleven.

 

"Ineens wilde mijn vader gaan schilderen. Abstract! Hij ging abstracte dingen maken, mode in die dagen, maar niemand wilde zijn werk hebben. Hij ging de BKR in, een rare oplossing, goedbedoeld. Maar Robb was niet zo goed als hij dacht, ook al verkocht hij soms nog werk aan een grote particuliere verzamelaar in Zwitserland. Zijn materiaalbeheersing was ronduit slecht. Het was een beetje afgelopen met hem. Met zijn kunst, maar ook met zijn leven; goed dat het klaar was. Mijn ouders waren al twintig jaar gescheiden, maar hij heeft zijn laatste levensdagen gewoon thuis doorgebracht."

 

Komt daar de aversie tegen abstracte kunst vandaan?

 

"Misschien wel. Ik heb niets met balken waar spijkers ingejast worden. Ik zag het ook niet echt als abstracte kunst;  eerder als een vorm van luiheid. Robb stopte met het werk waarin hij goed was. Doodjammer. Eigenlijk ben ik er nog steeds kwaad over dat hij is gestopt met zijn realistische fotokunst. Zoiets gaat mij niet gebeuren. Ik ben absoluut van de realistische kunst: en ik wil meevechten dat die helemaal terugkomt. Wat dus niet wegneemt dat ik kan genieten van het werk van de (abstract-expressionistische) Jason Pollock: spetterend zonder spetters.

 

Ik ging op mijn zestiende bij hem wonen. Ik stopte met school, ging vaak met hem mee. Soms hadden we slaande ruzie. Een eigenwijze man. Maar daar kam hij wel mee weg. Zo liet hij zich inhuren als creatief adviseur bij een groot ICT-bedrijf. Toen ik in Marokko ging werken, heeft hij me drie keer opgezocht. Dat wel. Ging hij ook weer fotograferen, gelukkig. Ik heb veel met hem gereisd, vooral naar Zwitserland.

 

Ja, er was competitie met Robb. Hij was wel een beetje jaloers op me. Hij liet wel blijken dat hij het vervelend vond dat ik goed - beter dan hem - bezig was. Maar ineens was er weer die vadertrots. Toen ik bijvoorbeeld op mijn eerste tentoonstelling, in 1998 op het Prinseneiland in Amsterdam, alles verkocht.

 

Thuis heb ik nog bakken vol foto's van Robb. Met schitterende afdrukken; want hij was goed in de doka. Die kwaliteit zie je nog maar zelden. Ik ga er nog een mooi boek over maken. Zijn stokje doorgeven."

 

Het interview van Ronald Kraayeveld met Jeroen Buitenman

 

Mooi Feest

 

Een jaar of negen terug kreeg ik een tip van de Amsterdamse kunstenares Lieve Prins: je moet eens naar de schilderijen van Jeroen Buitenman gaan kijken. Ik ben hem sindsdien blijven volgen. In onze gesprekken klikte het, van begin af aan. Kennelijk stelde ik de juiste vragen; en kwam hij met antwoorden waarmee ik ook wat kon. En toen kwam zijn verzoek de teksten voor zijn boek te verzorgen. Ik aarzelde. Bij mijn echtgenote Loes was in januari van dit jaar kanker geconstateerd. In maart nog ging ze mee naar de opening van een nieuwe expositie van zijn werk bij de LL Galerie in Amsterdam. Tussen Loes en Jeroen zat het ook goed. Hij vond haar stoer, dapper en mooi en dat was zij ook - en zij hem een bijzonder aardige man, en zijn werk spannend en sensueel. Terug naar huis zei ze: "Wat er ook gebeurt, dat boek moet je schrijven." En zo reisde ik als kersverse weduwnaar in augustus af naar Portugal, de Algarve, naar de plaats waar Jeroen woont en werkt: Benferras, goed Portugees voor Mooi Feest. Het werden acht intensieve dagen. We hadden ons goed voorbereid. Hij heeft mij zien schrijven; ik hem zien schilderen. Een bijzondere ervaring. "Een schilderij is nooit af, kan altijd beter; frustrerend," zei Jeroen me in éen van die vele, soms nachtelijke gesprekken. Jeroen, met hoeveel liefde en respect ik deze teksten over jou ook heb geschreven; misschien slaat jouw uitspraak ook op mijn verhalen.

 

Benferras/Oudkarspel, september 2007

 

Ronald Kraayeveld

hoofdredacteur Tableau Fine Arts Magazine

That eternal quest for the essence

Art Historically, the work of Jeroen Buitenman fits in the tradition of the post-Impressionists: he paints what he likes, the way he likes. True to himself, what he wants and to discover an artist and as a man searching for his own reality. Enter your own relationship with the man, turn to look - it can and should - be even better: it is even - all weather since the conflict between the-isms in the visual arts has settled.

Realism? For Buitenman it is absolutely not a pejorative, negatively charged term. But even better, he feels at home in surrealism. Because of the joy, energy, the idea that people understand, or rather the trouble which they take in first, second or third body to be discovered. For him at least more valuable and satisfying than what he disdainfully less accessible, elitist art academy or "Urban Mueum-art 'calls. Shy he does not permissible, as well as admirer Jackson Pollock, the figurehead of the American abstract expressionism. But further: you have poor, mediocre and good art. And Pollock's just good. And the good will naturally be forward. Or back. Think of another hero of Buitenman: Sir Lawrence Alma Tadema, whose work was neglected for decades, but returned to glorious international art auctions and exhibitions.


How Buitenman also want to read and of itself, its sense and knowledge of the highlights of art history is nothing more wrong. Criticism, as his work would be politically or historically relevant points, it resolutely. It fascinates him about what his art and appeals, and that he can evoke enthusiasm and commitment to his audience. And for the real diehards, he is a ruling by Matthijs Röling ready. "If you examine Auschwitz, should not the visual arts. Photography and horror movie show that much more convincing."

But Buitenman would much rather talk about his quests, his discoveries, his thoughts, his struggle with the intractable subject. When a painting is successful? Where is he happy? Sat all the euphoria in the (computer) sketch beforehand, or is it as the painting is finished? What went wrong? Why did he not sit potentially one painting, he was desperate for it to finally nice things to discover? And the exhibit and to sell?


Call Patches (1)

- "A painting is never finished, is always better, frustrating.

- Paint is pretty dry, only after one years flat. Than a varnish.

Some paintings I give no final varnish. This may after twenty years.

- In the beginning I was too fast. Was not the substrate, but the top layer is dry. With craquelures due. But the hard, your hand. But yes, I once worked for shutters with an oil layer, then spray it and a fast evanescent solvent.

- With white I watch, unless it is very thick raised. But I can also use effect: express a low fat, a lean, then scrape. "

Research is a staple in his daily work. Suppose Buitenman wants on one days with blue work look and see how the colors vary and interact. Looking also to the colors do not exist, that - layer upon layer - a color not yet been appointed.

"What happens when your fat starts and transparent finishes? You just have to see what the effect is. And whether it is beautiful. Of course there are laws. Each color represents vibrations. But again, that you experimentally find out. You must learning, like eating Brussels sprouts. sometimes violently colors colors. Turquoise, for example. Look at the Incas. Here in Portugal, I study plants, pink with green. I experiment with colors to see and know why it really is beautiful. Or not. Of course I also look to the work of other painters. To Matthijs Röling, the Italian painting with its ocher and sienna, to After Nature. And what you discover, you should really write, even better: learn to write. Like Van Gogh did. That is all I have read of him. It seems like learning another language. Of course I know the book by Itten. But I also found out that you at some point a pure commodity as indigo need. This is synthetic is not as good after it. I also learned much from Jeroen of the Painting Shop Hoopman in Amsterdam. That thought always easy. Zag me with a mortar and pigments. Do not, how nice it also look for your clients, I heard from him. But the material is so improved.


Call Patches (2)

- "Look at those two measures. Are they any other way? Are they all directions? You must have luck. Then almost horny.

- Portugal invites me to light work. But I already had that tendency, how often I night have worked. Only you night huiskleur not want to paint, some measures fall away when another yellow radiation.

- I also look at the work of Indians, with their bright colors tend to paint over each other. You must learn to eat almost. It's like tropical fish, parrots and butterflies. What they emit their colors: we are toxic, dangerous: so do not eat. "

- Similarly in Tahiti Gaugain got pushed a new palette. Unbelievable. A dream too. We were still all too often with a brown deer against a green background. "

 The role of the computer work? For Buitenman is nothing less than an alternative sketchbook. Maybe it helps him to determine compositions, finally, the hardest part of painting. "I work with many pictures, which I myself often shot on the computer. Always black and white, not color. To manipulate them there. As in the 'real', it is a matter of much patience. Fun it is the computer to deceive. Of course, the computer also have limitations, otherwise the printer: always a little dirty, always a little cyan you do not uitkrijgt. "

How Jeroen Buitenman his future as an artist sees? He also sculpture, sure. At school and father of all things learned. First with clay, porous concrete and marl, with what he calls good working materials. But images from hard stone. "But you have outdoor space for. And I have not in Amsterdam. I hear the hum of my neighbors already, when I get underway with a power file. But I have it down all the tools purchased. And sometimes stand I am here in Portugal keen to watch the marble blocks which are along the road. And of course I have longer look at the images of Rodin. And of Armando, especially his monumental work. "

Self-design dresses, it seems a bit too. "With beautiful colors, fine fabrics such as lace. Maybe with a real fashion designer."

But more importantly, his own development as human beings. Confidence. More like explore and experiment. Even better communicating, telling each other stories that fascinate and illuminate. For even as an artist to give expression to human emotions as finding and losing a loved one.


Call Patches (3)

- "Seems pretty also: design and build your own house.

- Whether designing posters.

- Luckily I have not been presented. Students often work just like their teacher. Does not in itself bad, but I think it sin.

- I want to explore, experiment. And I can do in maximum freedom.

- I am thankful that I was born with great motivation.

- I was so proud when my work was first in the Mirror Street was shown. Plus the nice reviews, as in Het Parool. And then some headline in the newspaper: Catalan Realist in NY: Jeroen Buitenman and Rob Scholte. I like first! "


Outdoorsman's heroes


 (Anti) Heroes

 Casually, almost incidentally, are the names of icons in the visual arts in the talks. Jeroen Buitenman but would not be if he would not be surprising statements. A selection.

 Rembrandt

"I do not like his handwriting. Only his etchings, which I think is special. You see and recognize his quick way of working, something clear. Beautiful, those hands."

 Caravaggio

"I admire its color contrasts. Especially how he used ocher and Prussian blue. Rubens did that also. All those bright, almost primary colors. Fascinating how he repeats, for example with two parallel faces, gives his work momentum."

Jeff Koons

"Stylistically very strong, especially in his sculpture. Between art and commerce. There he is not averse to, just as gender equality. I do not. When I compare him Andy Warhol but a squirt of easy tricks."

Damien Hirst

"Daring humor. Not my line, not painting. But a great surrealist."

 Gustav Klimt

"What could that man good realistic painting, also in terms of feeling and color. And when you see him later in his life is abstract, and really dominated the art of the deal of the essence. I've got to do with Jugendstil, has many to feel it. Take a look at a dog of Klimt. He knows the autonomy of the beast. But he enlarges body parts in a way that viewers of his new emotions, release it. Recognizable for me was Klimt his time found a bit vulgar, too much commercialism, too little art. But this criticism hardly hear you. "

 Ans Markus

"Am I in 1991 at the Prince island living, and who is my neighbor? Ans Markus. A couple years later, during the Art route, they come to my studio. Says she:" You should not imitate me. " I looked at her, and found that statement the best compliment I ever received. "It's fine. Later I got advice from her."

 Herman Brood

"Absolutely not undervalued. To me a hero and an anti-hero at a time. Very dynamic. Thanks to him I came back to modern art, less elitist, slightly less figurative, not abstract something unintelligible. I find his work very well even though he simply bad paintings.


Travel

From the Kalverstraat to Jeddah - and back

Quote travel Spectrum encyclopedia

In 1992 Jeroen Buitenman was a construction of a fence painting of Douglas perfumery on Kalverstraat. Had he done more. With pleasure. And with much appreciation. Is there a Dutch Moroccan along. That looks and looks again. And asked whether Jeroen time and sense to come work on his project, a pool-bar and nightclub on the Moroccan Riviera. Jeroen, just eighteen, had already agreed with his father. And he bites again.

Everything was and had come: the performances, the colors. And that one time that he himself, because no formal art training, though so much had to discover and learn. The only thing he is not to worry, was the execution. (from the normal painting). This six p.m. Moroccans were ready.

On arrival at Buitenman first saw an ugly concrete facade. There he painted on columns, deceptive, or trompe-l'oeil. That went well, just like the rest. A month later, the financier of the project, a sheik from Saudi Arabia, along. They had a project, a marina with cafes, restaurants, an amphitheater. If there Jeroen whales, dolphins, etc. was painting. And again he said yes.

Jeroen: "I think there are years that I could spend."

But half years after the sheikh took him to his home in Jeddah, rather, to the home of his wife. Not only were many servants in the house, but also four times 25 meter walls of which had to be painted. Jeroen chose their own interpretations of Victorian paintings, gardens filled with women lying on benches. He has also painted an Egyptian scene, in a combination of acrylic and pastel, complete with naked women.

Jeroen: "No, not clever. But when I returned ten years later, had all my work happily untouched and intact, including naked women."

Here Buitenman could continue. If he wife of the Sheikh wanted to paint. No, so.

His clients did not release him. And again - in 1996 - Buitenman went to Morocco, to perform new tasks. As the redesign - furnishings, wall paintings - of a nightclub in Casablanca. In the distance beckons from jobs for kings and princes to proceed, but that fell through. Again he met the sheikh Jeddah. Many doors opened.

Jeroen: "When me and Ruben Lodeizen, with whom I sat on the Free School who together with many walls and fences have sprayed in Amsterdam, from which like-Tadema paintings to make."

Excuse me, Tadema? Laurens, either later Sir Lawrence Alma Tadema (1836-1912)?

Yeah, that.

It seems far-fetched to look at this Dutch-English painter with his classical work, with his preferences for idealized scenes from classical antiquity and the France of the Middle Ages. With its themes Buitenman does not much. But with specific characteristics of the work of Alma Tadema: the detail and smooth finish. Plus the real substance expression. These are elements that still Jeroen Buitenman the feet can, alone watching his series Fashion Victims.

Syria stood in the program., For a similar project. That did not, because the prince died in a car accident. Brazil followed in 2003, from top to bottom.

His dream: a studio in the jungle. "You see there such beautiful colors, flowers, butterflies, monkeys. Very motivating. All the colors green, blue colors so much. I'm definitely back, despite practical concerns as how your paintings transports. But first learn the language, hence my stay in Portugal. And for the first time I can work freely abroad. No more assignments. My work is sold well in the Netherlands. "

 

How are travel work affected? His paintings show the show. Newly discovered palettes from Brazil. Moorish influences, its tiles and mosaics. Portuguese Delft Blue is Blue, with new designs. And then the dresses, everywhere he went and come, he outlines or shooting them. Of the veiled women in Morocco (which has really sensual ") through the dresses better: garments (" I've also bought a few) during processions in Spanish cities like Seville and Granada are worn to the sometimes spectacular dresses which the Argentine tango is danced. "Already in the beginning of my painting life, the Prince Island, I worked with music by Astor Piazzolla. That passion, that you want in your work." Later, in Amsterdam, he gets two favorite tango dresses on loan from Loes. Can Jeroen perhaps something? His eyes sparkle.

Suriname still beckons. Since early this year via internet contact with his family. "It is the land of my father, who never has been. Because of the love-hate relationship with his father, in a time that children have been beaten with a belt. My grandfather was already deceased when I was born. Seems like separately, to discover new relatives. But I certainly look forward, his exhibitions of my work. In London and New York, but especially in Paris and Berlin. "

Father Robb / How (not) be

Famed photographer, represented in many important collections, with such assistants Maurice Boyer kick that went far. Interviewed by all major photo magazines. Black and white Polaroid photos, pure art photography. A Surinamese in Amsterdam: Father Robb Alexander Casimir Buitenman. A potentate also recalls Jeroen itself. There was (much) fight, but his farewell and remembrance be good.

"Suddenly my father wanted to paint. Abstract! He was making abstract things, fashion in those days, but nobody wanted to work. He went into the BKR, a strange place, well intentioned. But Robb was not as good as he thought, even though he may have sold work to a major private collector in Switzerland. His equipment was downright bad management. He was a little distracted.

previous previous
next next